NVVK en ZELF samen op zoek naar innovatie in financiële zorgverlening. “Echte innovatie zit in het overstijgend samen­werken met andere partijen”

De NVVK, branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren en ZELF zoeken nadrukkelijk de samenwerking op. De deelnemende beschermings-bewind-organisaties in ZELF en de NVVK hebben elkaar gevonden vanuit hun ideeën over innovatie in de financiële zorgverlening. De NVVK heeft in 2017 de module Beschermingsbewind vastgesteld en wil ook openstaan voor organisaties die zich met dat onderdeel van de schuldhulpverlening bezighouden. Waar staan de twee organisaties voor? Wat hebben ze gemeen en hoe zien zij de samenwerking? Initiator van ZELF, Erwin Bel en NVVK-voorzitter Marco Florijn zochten elkaar op en spraken over samenwerken en innoveren, schotten in de zorg en de toekomst van financiële dienstverlening.

Bel: “Hoe past zo’n term als financiële zorgverlening eigenlijk in de geschiedenis van de NVVK?”
Florijn: “Toen een aantal kredietbanken in 1932 besloot om samen te werken ging het vooral over woekerrentes. Er moest een oplossing komen voor mensen die in handen waren gevallen woekeraars. Dat is eigenlijk nog steeds heel actueel. We zien ook nu dat een aantal mensen nog steeds afhankelijk is van sociaal bankieren, zoals die oplossing inmiddels heet. En het is ook nu nog steeds heel interessant om de discussies over rentetarieven te volgen. Kredietbanken moeten kostendekkend werken en krijgen daardoor vaak het verwijt hoge rentetarieven te hanteren, terwijl wij zien dat die rentepercentages erg samenhangen met hoe gemeenten omgaan met hun armoedebeleid. Gemeenten moeten steeds afwegingen maken: over financiële zorgverlening, over armoedebestrijding; maakt sociaal bankieren daar integraal onderdeel van uit of niet?”

Bel: “Financiële zorgverlening is dus veel breder dan schuldhulpverlening?”
Florijn: “Veel breder! Dat is de laatste jaren ook alleen maar zichtbaarder geworden. Vroeger ging het over sociaal bankieren alleen, later ook over het regelen van problematische schulden. Daarna kwam preventie steeds meer aan de orde en de laatste jaren zie je bij de opkomst van wijkteams dat die hele financiële competentie en financiële kennis dwars door die hele zorg- en welzijnssector loopt. En daar zit een hele gekke waterscheiding. Het is onze doelstelling om die te overbruggen.”

Bel: “De NVVK heeft als doel de schotten uit de zorgketen halen. Wat beogen jullie daarmee?”
Florijn: “We beogen daarmee dat kwetsbare inwoners van Nederland die zowel zorgvragen als financiële problemen hebben, op beide velden geholpen kunnen worden. Vaak zien we dat door financiële problemen de hulpverlening ook wat stokt. Om een voorbeeld te geven: bij zeventig tot tachtig procent van de situaties die bij wijkteams bekend zijn, is er ook een financiële uitdaging. Een hulpverlener kan een gesprek voeren over zorgvragen, over een jeugdhulpplan of over het zoeken van werk, maar door de financiële stress bij de hulpvrager komt hij geen stap verder.”

Bel: “Eigenlijk hoor ik je zeggen dat integrale problemen een integrale oplossing nodig hebben. Zou je problemen die met elkaar samenhangen ook integraal in wijkteams kunnen doen?”
Florijn: “Dat kan in wijkteams of gebiedsteams, maar ook in een WMO-loket. Je ziet ook steeds meer initiatieven ontstaan buiten gemeenten om. Kenmerkend hierbij is dat er steeds een schot zit tussen de financiële kant en de zorgkant. Het is natuurlijk ook een kip-en-het-ei-verhaal: moet ik nou eerst werk vinden om uit de financiële zorg te komen of moet ik eerst mijn financiële zorgen oplossen om aan het werk te komen? Een werkgever zit bijvoorbeeld niet echt te wachten op iemand die in een loonbeslag zit. En mensen met problematische schulden krijgen helaas toch ook nog vaak het advies om een uitkering aan te vragen om maar een stabiel inkomen te hebben. Wat doet zoiets met het perspectief op werk op lange termijn? Bij dit soort vraagstukken zijn al die velden met elkaar verbonden. Toch zie ik nog te vaak dat schuldhulpverlening, ook bij gemeenten, ergens apart geregeld is.”

Bel: “De NVVK staat bekend om de gemeenten die lid zijn. Hoe kijk je naar andere partijen die een bijdrage aan integrale vraagstukken kunnen leveren?”
Florijn: “De NVVK heeft misschien het imago dat het van de gemeenten is, maar het waren de kredietbanken die de NVVK hebben opgericht. Je ziet dat de publieke en private leden zich continu afwisselen, maar je ziet nu ook dat steeds meer gemeenten bij heel specifieke vraagstukken een private partner vragen om iets te doen. Wij zien door de vereniging heen eigenlijk altijd een beweging tussen private leden en publieke leden en dat is denk ik ook wel de kracht van de NVVK. Dan ben je conjunctureel wat minder gevoelig. Nu is schuldhulpverlening ‘hot’, over drie, vier jaar misschien niet meer. Maar dan zullen wij er ook nog gewoon zijn. En door de diversiteit die we organiseren in onze achterban zorgen we er ook voor dat we steeds beter kunnen aansluiten op de samenlevingsvraagstukken die er zijn.”

Bel: “Was dat voor jullie ook de reden om met een bewindvoerdersmodule te beginnen?”
Florijn: “Bewindvoering was een van de producten die al door een aantal van onze leden werd uitgevoerd. Er was dus een pragmatische reden om bewindvoering als module aan te bieden. Maar bewindvoering is steeds meer een integraal onderdeel van de hulpverlening die wij bieden. Een aantal inwoners van Nederland is er gewoon gebaat bij dat er een bewind uitgesproken wordt, omdat ze dat zelf voorlopig niet kunnen. Wat we nu zien, is dat men bij budgetbeheer door privacy-technische blokkade niet bij de juiste gegevens kan komen van een individu. Daardoor wordt er vaker een bewind uitgesproken. Dat is natuurlijk best krom. Wij willen dat er meerdere producten in ons palet zitten: we kunnen bewind aanbieden, maar ook budgetbeheer of duurzame financiële dienstverlening, waarbij mensen langer maar wel met veel eigen regie in budgetbeheer zitten. En uiteindelijk is preventie een belangrijke sleutel. Er is een grote groep Nederlanders die misschien nooit helemaal op alle vlakken financieel zelfredzaam zal zijn. Maar, afhankelijk van hoeveel ontwikkeling je bij mensen kunt verwachten, moet je die mensen zo licht mogelijke hulp aanbieden.”

Florijn: “En als we het dan toch hebben over een integrale aanpak, hoe zit dat dan bij ZELF?”
Bel: “Er zijn heel wat grotere bewindvoerders die het belang inzien van integraal samenwerken met bijvoorbeeld een gemeente. Daarnaast is er het vooropstellen van het zelfredzaam maken van mensen. Dus hoe kan je zo snel mogelijk weer van bewind af komen? Daarnaast zijn er in toenemende mate bewindvoerders die aan de voorkant gaan zitten, op het voorkomen van bewindvoering. Dat doen zij onder andere met budgetbeheer. En dat is ook de reden dat bewindvoerders zich financiële zorgverleners zijn gaan noemen. Dat is wel een kanteling in het werkveld.”

Florijn: “Als je kijkt naar het oorspronkelijke werkveld, wat vind je dan kenmerkend?”
Bel: “Ik zie dat er van oorsprong bij een groot aantal bewindvoerders in het werkveld een marktoriëntatie is en dat is, wat mij betreft, niet de primaire doelstelling. Het gaat er mij om met elkaar maatschappelijk rendement te reali­seren, zonder dat de bedrijfsvoering daarbij in gevaar komt. De positionering daarbij is vanuit het maatschappelijk middenveld in plaats van uit de markt. Vanuit het maatschappelijk middenveld zouden we de samenwerking met de overheid moeten zoeken, die een heel belangrijke regiefunctie heeft. Hoewel die regiefunctie in mijn optiek ook wel eens doorslaat, door alles zelf te willen doen. Dus ik ben groot voorstander van publiek-private samenwerking.”

Florijn: “Hoe wil je die publiek-private samenwerking bereiken?”
Bel: “Maatschappelijke bewindvoering en financiële zorgverlening willen samen vanuit de benodigde integraliteit een vraagstuk oplossen. Dat is de reden geweest voor een aantal wat grotere bewindvoerders die zich maatschappelijk positioneren om ZELF op te richten en vanuit ZELF nieuwe werkwijzen te gaan zoeken waarin de samenwerking wordt gezocht met gemeenten. Dat is voor een aantal leden ook de reden geweest om zich aan te sluiten bij de NVVK. Want wij denken in gezamenlijkheid aan die missie te kunnen werken en elkaar te kunnen versterken. Daarbij heeft de NVVK het netwerk, de kennis en kunde en de producten, en streven we er in het platform van ZELF naar om die benodigde innovaties te gaan doen.”

Florijn: “Waar liggen dan de belangrijkste obstakels voor die innovaties?”
Bel: “Allereerst is het werkveld waar we in zitten marginale business. Het aantal uren en het uurtarief is dermate laag dat er heel weinig ruimte ontstaat om te gaan experimenteren. Maar een andere beperking is toch de aanwezigheid van die schotten tussen de velden. Je kunt de innovatie heel moeilijk in je eentje maken. De echte innovatie zit in het overstijgend samenwerken met andere partijen. En dat is voorgaande jaren weliswaar door verschillende partijen geprobeerd, bijvoorbeeld door de gemeente Deventer. Maar het stelt het ons als leden van ZELF teleur dat bewindvoerder en gemeente de samenwerking en de innovatie niet hebben kunnen vinden, waarna de gemeente besloten heeft het zelf te gaan doen. Ik zou dan ook graag via de NVVK gemeenten willen oproepen: zoek de samenwerking met maatschappelijke bewindvoerders om te kijken welke andere vormen er mogelijk zijn om zo preventief mogelijk te werken aan de vorming van zelfredzaamheid!”

Florijn: “Toch weer die schotten!”
Bel: “Die schotten zijn er tussen de organisaties, omdat ze gewoon heel anders zijn. Gemeenten en bewindvoerders zijn echt hele andere typen organisaties; daar zou je op een andere manier naar moeten gaan kijken. Ik denk dat we in samenwerking met de NVVK in een experimentenplatform à la ZELF dingen kunnen uitproberen: nieuwe vormen van samenwerken.”

Bel: “Marco, hoe zie jij de samenwerking tussen de NVVK en ZELF?”
Florijn: “Ik denk dat de expertise die je kan creëren door samen te werken met een platform zoals ZELF heel veel vernieuwing gaat brengen; vernieuwing die bitterhard nodig is. Niet alleen vernieuwing in de zin dat mensen die met onze producten in aanraking komen beter geholpen worden, maar ook dat onze lobbyagenda richting het rijk weer eens even goed opgefrist wordt. Als je alleen al kijkt naar hoe het rijk met bewindvoering omgaat! Nu gemeenten geklaagd hebben dat er zo veel bijzondere bijstand naar bewindvoering gaat, wordt er wéér gegrepen naar een wettelijk instrument, in dit geval het adviesrecht. En dat terwijl we net in Nederland een paar experimenten aan het uitvoeren zijn die nog amper echt goed op stoom zijn. Ik mis nu toch vaak de analyse en ook even de rust om te kijken waar het in deze complexe velden nu daadwerkelijk om gaat. Wat zal het bewerkstelligen als er weer een wettelijke regeling komt? Behalve dat het nog complexer wordt? Kunnen we het niet slimmer doen? En daar zou ik zo’n platform heel erg goed in kunnen benutten, want dan kunnen we ook als NVVK zeggen: we hebben met een aantal grote maatschappelijke dienstverleners gekeken naar dossiers en naar wat er in de praktijk gebeurt. En op basis daarvan kunnen we oplossingen aandragen om het beter te maken.”

Bel: “Als NVVK breng je dan als het ware het hele werkveld bij elkaar. Zou je met de overheid willen proberen afspraken te maken om eens een paar experimenten te doen?”
Florijn: “Ja, en vervolgens de experimenten onder gezamenlijke vlag uitvoeren en de uitkomsten daarvan gieten in besprekingen die wij met het kabinet, met ministeries dan wel met gemeenten hebben.”

Bel: “Aan welke onderwerpen denk je dan?”
Florijn: “Ik zou wel antwoord willen hebben op de vraag hoe de groei binnen bewind gekomen is. Je kan zeggen dat het komt doordat wijkteams mensen massaal onder bewind zetten. Ik weet niet of dat zo is, maar ik hoor het op straat, zal ik maar zeggen. Ik hoor ook dat het komt doordat Nederlanders steeds minder zelfredzaam zijn. Ik hoor dat de rechterlijke macht eigenlijk weinig tijd heeft om echt goed dossieronderzoek te doen of een zitting te organiseren. Ik hoor van alles. Iedereen gist maar wat. Dus ik zou willen kijken hoe bewindvoering nu samenhangt met andere producten. Ik ben heel erg nieuwsgierig naar de juiste analyse over de groei. Want ik geloof namelijk niet dat bewind slecht of goed is; zoals ik ook niet geloof dat budgetbeheer beter is. Waar het om gaat is: hoe krijgen we de hulpverlening zo passend mogelijk bij iemand zodat die weer lekker aan zijn perspectief kan werken?”

Florijn: “Waar zou het vanuit ZELF gezien bij experimenten om moeten gaan?”
Bel: “Bij innovatie hoop ik dat er een open cultuur gaat ontstaan tussen gemeenten enerzijds en bewindvoerders anderzijds. Er zijn al experimenten voor in den lande, maar die zijn eenzijdig door lokale overheid en gemeenten opgezet. De gemeente Amsterdam en de gemeente Rotterdam proberen bijvoorbeeld al in een beperkt aantal dossiers onderzoek te doen en zichtbaar te krijgen wat nou nodig is om bewindvoering toe te wijzen. Het lastige daaraan is dat de Rechtspraak er natuurlijk ook nog is en die kijkt niet lichtzinnig naar dit soort benoemingen van bewind. Daarom zou ik willen pleiten voor een experiment waarbij de Rechtspraak samen met gemeenten en bewindvoerders gaat zitten om te kijken of ze de kwaliteit van het werk kunnen garanderen. Toezicht is daarin een heel belangrijk project. Wat mij betreft is het geen vraag óf dat slaagt, maar hóe we dat met elkaar doen slagen. Ik zou het heel mooi vinden als gemeenten ook hun input geven aan de eisen die je aan financiële zorgverlening moet stellen.”

Florijn: “Wat vind je nog meer belangrijk bij innovatie? Hoe kijk je bijvoorbeeld naar financiering van bewind?
Bel: “We hadden het net over bewindvoering vanuit de bijzondere bijstand. Als het om innovatie gaat, zou ik daar wel aan de wortel willen zitten. Moet die financieringsstroom voor bewindvoering niet heel anders gaan lopen? Is de bijzondere bijstand wel bedoeld om een vaak structurele maatregel als bewind te financieren? Ik zou het bijvoorbeeld via de langdurige zorg willen laten lopen, of via de jeugdzorg. Dat zijn heel andere potjes, die vaak vanuit de landelijke overheid of de zorgverzekeraar betaald worden.”
Florijn: “Bijzondere bijstand is bedoeld als bijstand in bijzondere situaties. Als het tijdelijk gebeurt, dan is het handig als dat potje er is en dan moet je er vooral naar grijpen. Maar nu lijkt het structureler gebruikt te worden bij bewind. Maar op de vraag of er daadwerkelijk structureel meer gebruik van wordt gemaakt vanuit de bijzondere bijstand, krijgen gemeenten onvoldoende antwoord. Dus voordat gemeenten actiever gaan lobbyen om de financiering anders te krijgen, zullen we met een beter dossier moeten komen dan we nu hebben. Daar zou zo’n onderzoek heel erg bij kunnen helpen. Dan kom je als ZELF misschien wel terecht bij een tijdelijke bijzondere bewindvoering. Bij situaties waarbij bewind een half jaar of iets langer nodig is, betalen we het bijvoorbeeld uit de bijzondere bijstand. Maar als we bijvoorbeeld zien dat een alzheimerpatiënt bewind nodig heeft, dan doen we het wel uit de langdurige zorg. Je zou best kunnen differentiëren in plaats van te zeggen dat een product altijd uit één geldstroom moet komen.”

Florijn: “Een derde experiment vind ik eigenlijk nog veel belangrijker: wat is nou de toekomst van die financiële zorgverlening?”
Bel: “Hoe ver denk je dan vooruit?”
Florijn: “Hoe kunnen we problemen die steeds weer opduiken structureler en fundamenteler oplossen? Als we nou eens fantaseren over het jaar 2030. In 2030 hebben we algoritmisering goed in de vingers, kunnen we die digitale wereld goed aan. Dan hebben we eindelijk die decentralisatie richting gemeenten op orde en hebben we de laatste privacy-basisprincipes goed ingevuld. Als je dat allemaal bij elkaar pakt, hoe ziet dan de financiële zorgverlening eruit en wat is de rol van kredietbanken daarbij? Kredietbanken signaleren een schat aan zaken die ze nu niet delen. Wij kunnen bijvoorbeeld nu ongeveer al zien wanneer iemand gaat scheiden. Dat kunnen we analyseren uit het betalingsverkeer. Al dit soort aspecten gaan ervoor zorgen dat de financiële zorgverlening er over een tijdje weer heel anders uitziet. Dat is niet erg, maar daar moeten we ons nu wel op voorbereiden.”

Bel: “Betekent dat een grotere rol voor de NVVK? Als ik jou zo hoor, wordt het eerder meer dan minder werk.”
Florijn: “Ik denk dat wij in de toekomst meer uit de niche stappen waar we nu toch best wel in zitten. Van oudsher zitten we in een deel van het sociaal domein dat er ook nog is. En dat deel is de laatste anderhalf, twee jaar veel prominenter in beeld gekomen. Dat komt ook doordat dit kabinet schuldproblematiek hoog op de agenda heeft gezet. En ons lobbydoel is om daar een veel prominentere rol in te gaan spelen.”

Bel: “Past de samenwerking met ZELF daar ook in?”
Florijn: “Daar past die samenwerking met ZELF heel goed in, omdat je daarmee ook een mooie proeftuin creëert. Samenwerking met allerlei andere clubs past daar natuurlijk ook in, maar ik voel bij de leden van ZELF de ambitie om te proberen boven de producten uit te stijgen en een veel grotere visie neer te zetten.”

Bel: “Dat geldt voor alle partijen: boven de eigen diensten uitstijgen en kijken waarvoor we bedoeld zijn.”
Florijn: Het klinkt misschien wat raar, maar we doen het in Nederland eigenlijk best goed. Dat zeggen we veel te weinig; iedereen loopt de hele tijd te zeuren hoe slecht de bewindvoerders wel niet zijn; hoe vreselijk die hulpverleners zijn. Dat vind ik absoluut niet. Tegelijkertijd vat ik het gezeur maar even op als een aansporing om het beter te doen. Het is zeker niet zo dat ze het in landen als Duitsland, Amerika of Zweden beter doen dan wij hier. We hebben als gidsland qua financiële zorgverlening, schuldhulpverlening en bewindvoering echt wel wat te bieden. Maar dat moeten we wel meer in samenhang doen. Daarom is financiële zorgverlening zo interessant. Als we dat beter verankeren in het sociaal domein en de kracht van publiek en privaat mengen, dan hebben we in feite een heel mooi exportproduct!”

Door: Marco Florijn

2019-02-01T16:40:00+00:00 1 februari 2019|