Het wetsvoorstel Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind. Met goudgerande losse flodders schieten op een mug.

Gemeenten willen hun regierol bij schuldhulpverlening beter vervullen. Met het wetsvoorstel adviesrecht gemeenten wil men de rechter meer mogelijkheid geven om voorliggende voorzieningen voorafgaand aan schuldenbewind af te wegen. Is dit nodig? Zijn er alternatieven en hoe belangrijk is het om bewindvoering te koesteren?

Doel

Het doel van deze wetswijzing is dat mensen met schulden beter worden geholpen en dat het aantal mensen met problematische schulden wordt terug gedrongen.

Kennelijk ervaren gemeenten dat zij onvoldoende regie kunnen voeren op het terrein van schuldhulpverlening omdat zij vaak niet op de hoogte zijn van verzoeken tot instelling van beschermingsbewind wegens problematische schulden.

Uit diverse publicaties blijkt dat de gemeentelijke schuldhulpverlening onvoldoende functioneert, althans er is onvoldoende toegang tot de schuldhulpverlening. Ik verwijs naar onder andere het artikel ‘Minder schuldhulpverlening, meer en hogere schulden[1]’ en de rapporten van de nationale ombudsman ‘Burgerperspectief op schuldhulpverlening[2]’ en ‘Een open deur?’[3]. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening[4] dat 50 % van de hulpvragers al bij de voorselectie niet worden toegelaten. Na de voorselectie valt nog eens tussen de 10 en de 20% hulpvragers af.

Uit de toelichting van het wetsontwerp wordt niet duidelijk hoe kennis van de gemeente van een verzoek tot instelling van beschermingsbewind ertoe leidt dat mensen met schulden beter worden geholpen.
Uit de diverse onderzoeken blijkt dat lang niet alle mensen met schulden die zich wel bij de gemeente melden (goed) worden geholpen. De toelichting bij het wetsontwerp beschrijft niet waarom dit bij mensen die beschermingsbewind vragen anders zou zijn.

Invloed van de gemeente

Gesteld wordt dat gemeenten op dit moment vaak niet op de hoogte zijn van verzoeken tot instelling van beschermingsbewind en dat zij daardoor onvoldoende regie kunnen voeren op het terrein van schuldhulpverlening.
Op grond van de huidige wet hebben gemeenten de bevoegdheid om te verzoeken om opheffen van een op grond van problematische schulden ingesteld bewind.
De gemeenten maken geen gebruik van deze bevoegdheid!

Alle mensen waarbij bewind is ingesteld, al dan niet op grond van problematische schulden, waarbij de bewindvoerderskosten worden vergoed door de gemeente uit de bijzondere bijstand, zijn bekend bij de gemeente. Voor deze mensen kan de gemeente regie voeren op het terrein van schuldhulpverlening. Doordat er al een beschermingsbewindvoerder is, moet het voor de gemeente eenvoudiger zijn om te onderzoeken welke hulp zij, al dan niet binnen bewind, haar burgers kan bieden. Naar aanleiding van dit onderzoek zou de gemeente een plan kunnen maken en naar aanleiding daarvan zou een verzoek tot opheffing van het bewind kunnen worden gedaan. Dit gebeurt echter niet. Ik houd mij sinds 2011 als rechter met bewindszaken bezig, bij twee verschillende rechtbanken en ik heb nog nooit een verzoek van een gemeente tot opheffing van een beschermingsbewind gezien. Er is regelmatig overleg met diverse gemeenten, de gemeenten zijn ook regelmatig gewezen op deze mogelijkheid, maar zij maken hier geen gebruik van.

De vraag is dan waarom het zinvol zou zijn om gemeenten van een verzoek tot het instellen van bewind in kennis te stellen, als zij tot nu toe van hun bevoegdheid om aan te voeren dat er een lichtere en meer passende mogelijkheid voorhanden is, geen gebruik maken. Zij kunnen dus, vanaf het moment dat bewind is uitgesproken regie voeren, maar doen dat sinds 2014 niet.

Achtergronden

In de toelichting op het wetsontwerp staat dat de gemeenten het gebrek aan zicht op de instroom in beschermingsbewind als problematisch ervaren. Volgens de toelichting vinden de gemeenten dat ze onvoldoende regie kunnen voeren op het terrein van de schuldhulpverlening door dit gebrek aan inzicht.

Wat de gemeenten echter veel vaker problematisch noemen is dat de kosten van beschermingsbewind vaak moeten worden vergoed uit de bijzondere bijstand, waardoor een groot deel van deze post wordt opgesoupeerd door beschermingsbewind, terwijl de gemeenten nog vele andere doelen hebben die zij vanuit de bijzondere bijstand zouden willen financieren.
Dat gemeenten meer informatie wensen om mensen met schulden te kunnen helpen is mogelijk, maar zeker niet de enige achtergrond van de wens van de gemeenten om de in dit wetsvoorstel genoemde informatie te verkrijgen. Diverse gemeenten hebben gezocht naar, en zoeken nog steeds naar mogelijkheden om te verhinderen dat mensen beschermingsbewind krijgen, dan wel om de kosten voor de bijzondere bijstand te drukken. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 4 juli 2017[5] en de initiatieven van de gemeente Deventer[6] waarbij mensen alleen maar als ze kiezen voor bewind door het bureau van de gemeente, de kosten van bewind volledig vergoed krijgen.

De wet gemeentelijke schuldhulpverlening heeft de gemeenten verplicht om beleid op te stellen met betrekking tot de schuldhulpverlening. Dit heeft er bij veel gemeenten toe geleid dat de toegang tot de schuldhulpverlening is beperkt. Zo kan men veelal geen aanspraak maken op gemeentelijke schuldhulpverlening als men een eigen woning heeft, als men in een echtscheiding is verwikkeld, maar deze is nog niet uitgesproken of de huwelijksgoederengemeenschap is nog niet gedeeld, als men een onderneming heeft (ZZP’er is) of een onderneming heeft gehad, maar de administratie is niet op orde, als men CJIB schulden heeft, als men eerder gebruik heeft gemaakt van de schuldhulpverlening, als de gemeente een vordering heeft of als in het verleden sprake is geweest van fraude. In de huidige sociale zekerheidswetgeving is overigens ook bij simpele vergissingen of domheden sprake van fraude.
Al deze voorwaarden hebben ertoe geleid dat minder mensen toegang hebben tot de schuldhulpverlening.[7]
Het is dan ook de ervaring dat veel mensen beschermingsbewind vragen juist omdat ze door de gemeente niet worden geholpen.

Bij het lezen van de verwijzing in de toelichting naar het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap moet worden bedacht dat dit verdrag, zoals de naam al zegt, betrekking heeft op mensen met een handicap. De vraag is hoeveel personen die de gemeente beter denkt te kunnen helpen hieronder vallen.

De wetswijzing van de wet curatele bewind en mentorschap van 2014 wordt thans geëvalueerd. Wat is de reden dat deze evaluatie niet is afgewacht voordat dit wetsvoorstel werd ingediend? Ik lees ook overigens niets over allerlei experimenten die in het land zijn en worden gehouden. Zoals bijvoorbeeld in de gemeente Arnhem het project BOOM dat uiteindelijk wel succesvol leek, maar heel veel duurder dan beschermingsbewind[8] en de thans lopende proef bij de gemeente Tilburg.

Kafka

Een groot aantal mensen wordt door gemeentelijke instanties zoals het maatschappelijk werk, het buurtteam of de schuldhulpverlening verwezen naar beschermingsbewind. Eerst moet de financiële situatie gestabiliseerd worden, voordat aan de andere problemen kan worden gewerkt. Vaak is beschermingsbewind een voorwaarde van de woningbouwvereniging om niet uit het huis te worden gezet. Maar ook heel vaak is het een voorwaarde van de gemeentelijke schuldhulpverlening om in aanmerking te komen voor hulp. Moet in die situatie dan vervolgens toch nog eens advies aan diezelfde gemeente gevraagd worden? Wat zegt dit over de regiemogelijkheden van de gemeente?

Daarnaast wordt ten minste de helft van de mensen die zich bij de gemeente melden voor schuldhulpverlening niet geholpen (zie hiervoor). Deze mensen willen geholpen worden en wenden zich daarom tot een beschermingsbewindvoerder. Moet dan de gemeente opnieuw de kans krijgen rechthebbende een aanbod te doen?

Essentieel is verder de vraag of de gemeente in staat zal zijn op basis van de te verstrekken informatie, waarover hierna meer, binnen vier weken een onderbouwd advies uit te brengen. Ik lees nergens in de toelichting hoe gemeenten dat gaan doen. Ik lees wel in allerlei rapporten dat de gemeenten ernaar streven mensen die zich melden voor schuldhulpverlening binnen de vereiste 4 weken voor een eerste gesprek op te roepen. In die rapporten staat verder dat het onduidelijk is, omdat iedere gemeente zijn eigen werkwijze en eigen beleid en definities heeft, hoe lang mensen vervolgens moeten wachten voordat er daadwerkelijk iets gebeurt. Het lijkt een illusie dat gemeenten in staat zullen zijn in een significant aantal gevallen een zinvol advies uit te brengen en om vervolgens onmiddellijk overeenkomstig het advies te handelen.
De vraag is ook hoeveel gemeenten überhaupt de behoefte hebben om mensen een alternatief te bieden. Ik wijs er nog maar eens op dat de gemeenten van een groot aantal mensen nu al weten dat zij beschermingsbewind hebben, omdat zij aan deze mensen bijzondere bijstand verlenen voor de bewindvoerderskosten. De gemeenten hebben voor deze mensen al de mogelijkheid hen een passende en minder ver strekkende maatregel dan bewind aan te bieden, waarna de gemeente ook de mogelijkheid heeft opheffing van het bewind te vragen. Ik heb nog nooit een dergelijk verzoek gezien.

Garantie van de gemeente?

Stel nu dat het de gemeente lukt om een advies uit te brengen en stel dat het advies is dat de gemeente rechthebbende beter kan helpen, waarbij (uiteraard) concreet wordt aangegeven wat die hulp zal inhouden. En stel nu dat de rechter op grond van dat advies besluit geen bewind uit te spreken. Heeft de burger dan enige garantie dat deze hulp ook – onmiddellijk, bewindvoering gaat immers ook in de dag na de uitspraak – wordt geboden? Of is het advies van de gemeente geheel vrijblijvend? Op welke wijze kan rechthebbende de gemeente aan haar advies houden?

Stel de rechter ziet een half jaar later dezelfde verzoeker weer terug, omdat de hulp van de gemeente toch niet is geslaagd ? Moet dan weer advies aan de gemeente worden gevraagd?

Kwaliteit, toezicht en duurzaamheid

Professionele beschermingsbewindvoerders moeten sinds 2014 aan kwaliteitseisen voldoen. De kantonrechter houdt toezicht, niet alleen op het voldoen aan deze kwaliteitseisen, maar ook in ieder individueel dossier.
Ten aanzien van de door de gemeente te leveren hulp is onduidelijk hoe de kwaliteit wordt gewaarborgd. Zo zijn er gemeenten die werken met vrijwilligers voor budgetbeheer, waarbij de financiële kwaliteiten van deze ongetwijfeld betrokken mensen onduidelijk zijn. Ook over de wijze waarop toezicht wordt gehouden op de uitvoerders van door de gemeente geboden hulp is geen duidelijkheid.
Het is waar dat (nog) niet alle professionele beschermingsbewindvoerders dezelfde hoge kwaliteit leveren. Door het toezicht van de kantonrechter en door de in 2014 ingestelde kwaliteitseisen wordt deze kwaliteit steeds beter. De praktijk leert ook dat als een bewindvoerder niet aan de kwaliteitsnormen voldoet (dat geldt zowel voor de formele vereisten als voor de inhoudelijke eisen) deze bewindvoerder wordt ontslagen, zijn aansprakelijkheidsverzekering wordt aangesproken en hij niet meer benoembaar is als bewindvoerder.
We zien dan dat een aantal van deze niet functionerende bewindvoerders en aspirant-bewindvoerders die niet worden toegelaten omdat ze niet aan de eisen voldoen aan het werk gaan als budgetbeheerders. Budgetbeheer is veelal een voor de gemeente goedkoper alternatief.
Een andere vraag is die van de duurzaamheid van de hulp van de gemeente. Vaak biedt een gemeente één jaar budgethulp of houdt iedere hulp op nadat de schulden zijn opgelost. Het is maar zeer de vraag of daarmee voldoende hulp is geboden. Wij zien helaas veel mensen die beschermingsbewind of WSNP komen vragen die eerder problematische schulden hebben gehad die zijn opgelost, maar die na een aantal jaren toch weer opnieuw forse schulden hebben gekregen.

Het recht op privacy

Kennelijk is dit wetsontwerp getoetst aan de AVG. Anders dan wordt geconcludeerd lijkt mij deze wet niet geheel daarmee in overeenstemming. Immers met het integraal versturen van het verzoekschrift krijgt de gemeente, met name bij verzoeken op basis van geestelijke of lichamelijke toestand, kennis van persoonlijke gegevens die zij in beginsel niet nodig heeft voor het opstellen van haar advies, zoals gegevens over de (geestelijke) gezondheid van rechthebbende. Van de rechtbank wordt kennelijk verwacht dat de voor de gemeente niet relevante gegevens, zoals de belanghebbenden onleesbaar worden gemaakt. Hierover later meer. De gegevens van verzoeker, voor zover dit niet rechthebbende is, zou de gemeente wel mogen hebben. Niet duidelijk is waarom de gemeente deze gegevens nodig heeft voor het uitbrengen van een advies in het kader van schuldhulpverlening.

Dit wetsontwerp lijkt niet te zijn getoetst aan artikel 8 EVRM:

‘Artikel 8 – Recht op eerbiediging van privé familie- en gezinsleven

  • 1. Een ieder heeft het recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
  • 2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.’

Weliswaar is deze inmenging in het privé leven gebaseerd op de wet, maar het is maar zeer de vraag of het sturen van het gehele verzoekschrift voor een onderbewindstelling naar de gemeente noodzakelijk is. De rechter is weliswaar niet ambtshalve gehouden aan dit artikel te toetsen, maar zodra hier een beroep op wordt gedaan, lijkt het toch dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer prevaleert boven het recht van de gemeente om op voorhand te weten of iemand beschermingsbewind aanvraagt, dan wel of voor iemand beschermingsbewind wordt aangevraagd. Dit geldt zeker in de gevallen waar beschermingsbewind wordt gevraagd wegens een geestelijke of lichamelijke toestand.

Medewerkers van de afdeling schuldhulpverlening van een gemeente hebben mij eens verteld dat zij niet over de informatie met betrekking tot het verlenen van bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten beschikken, omdat de afdeling bijstand (participatiewet) deze informatie in het kader van het recht op privacy niet aan hen mag verstrekken. Indien dit juist is, lijkt het toch meer aangewezen om te bepalen dat binnen de gemeente deze informatie wel mag worden verstrekt dan om de rechtbanken te verplichten informatie te verstrekken.

De inhoud van het verzoekschrift en de reële mogelijkheden van de gemeente.

Aan de gemeente moet (bijna) het gehele verzoekschrift worden gestuurd, zodat de gemeente voldoende informatie heeft om haar advies op te baseren. Op de eerste plaats hoeft het op rechtspraak.nl geplaatste formulier niet te worden gebruikt. Een brief (met daarin de voor de rechter essentiële informatie) is voldoende. Het formulier is slechts een handreiking voor de burger, zodat min of meer automatisch de nodige gegevens worden ingevuld. Het formulier wordt wel bijna altijd gebruikt maar het wordt meestal slechts gedeeltelijk ingevuld.

Het formulier[9] bevat de persoonsgegevens van verzoeker en van rechthebbende en de reden voor het verzoek, namelijk of bewind verzocht wordt vanwege een lichamelijke of geestelijke toestand dan wel wegens verkwisting of problematische schulden. Regelmatig worden beide gronden aangekruist. Het is altijd de rechter die bepaalt wat de grond voor het bewind is. Bij de reden voor het verzoek wordt een toelichting gevraagd (‘Dit blijkt uit de volgende feiten’), dit veld wordt meestal niet ingevuld. Dan kan nog worden aangekruist of rechthebbende eigenaar is van een onroerende zaak of een erfenis heeft gekregen en of hij gehuwd is in gemeenschap van goederen. Gevraagd wordt of er een WSNP loopt of een gemeentelijke schuldhulpregeling en als daarvan geen sprake is, of er wel sprake is van problematische schulden. De informatie over belanghebbenden mag niet aan de gemeente worden verstrekt en de laatste vragen gaan erover of rechthebbende ter zitting kan verschijnen en of hij een levenstestament heeft.

Hoe kan de gemeente enkel op basis van deze informatie een advies gegeven? Deze informatie kan niet voldoende zijn om een onderbouwd advies uit te kunnen brengen waaruit blijkt van meer passende hulp voor rechthebbende.

Belasting van rechtbank, gemeente en professionele bewindvoerder

De gemeente kan ervoor kiezen om geen advies uit te brengen, staat in de toelichting. De gemeente kan er dus voor kiezen geen extra werkzaamheden te verrichten. Er is dan geen sprake van een lastenverzwaring voor de gemeenten. Echter voor die gemeenten die wel dat advies willen uitbrengen is er wel degelijk sprake van een lastenverzwaring. Immers moet op heel korte termijn heel veel werk worden gedaan om een gedegen advies uit te brengen; dat werk komt extra bovenop het helpen van betrokkene. De organisatie van de gemeente moet erop worden aangepast dat een onbekend aantal extra spoedgevallen moet kunnen worden behandeld.

Voorafgaand aan het uitspreken van een bewind verricht een professionele bewindvoerder al werkzaamheden. Als bewind wordt uitgesproken en hij tot bewindvoerder wordt benoemd heeft hij recht op beloning van zijn aanvangswerkzaamheden, waaronder de werkzaamheden die hij voorafgaand aan het bewind al heeft verricht. In een enkel geval wordt geen bewind uitgesproken of wordt een andere bewindvoerder benoemd. De bewindvoerder heeft dan geen recht op een vergoeding voor zijn aanvangswerkzaamheden. Dit risico is verdisconteerd in het forfaitaire tarief. Als de bewindvoerder een groter risico gaat lopen omdat de gemeenten gaan adviseren geen beschermingsbewind uit te spreken, gaat kennelijk niet het forfaitaire tarief omhoog, maar moet de bewindvoerder maar gaan onderhandelen met de gemeente om te proberen enige vergoeding te krijgen. Het lijkt mij dat daarmee het risico dat het gevolg is van een wens van de gemeente, die er zeker ook mee te maken heeft dat de gemeenten vinden dat ze teveel bijzondere bijstand kwijt zijn aan de beschermingsbewindvoerders, ten onrechte geheel wordt afgewenteld op de bewindvoerders. Ik zie overigens op dit moment geen enkele rechtsgrond voor gemeenten om iets te vergoeden aan de bewindvoerders; wordt dit een schenking?

Het geautomatiseerde administratieve systeem van de rechtspraak is gebaseerd op de huidige wet en kent rechthebbenden, verzoekers en belanghebbenden. Andere derden kunnen niet in het systeem worden ingevoerd. In afwachting van KEI wordt dit systeem niet meer ge-update. In KEI toezicht is tot nu toe ook niet voorzien in andere derden. In KEI wordt nog slechts beperkt ontwikkeld en het is op dit moment zeer de vraag hoeveel functionaliteit nog in KEI kan worden gebouwd.
Dit betekent dat deze extra taak geheel handmatig zal moeten worden uitgevoerd. Ieder verzoekschrift dat wordt ontvangen moet onmiddellijk (gelet op de termijn van 4 weken) een extra controle krijgen (nl de vraag of er schulden worden vermeld), dan moet het verzoekschrift naar de betreffende gemeente worden gestuurd. Eerst moet een kopie gemaakt worden van het verzoekschrift, op deze kopie moet de informatie over belanghebbenden worden weggelakt of afgeplakt. Dan moet weer een kopie gemaakt worden van het geschoonde verzoekschrift. Vervolgens moet worden opgezocht naar welke gemeente (er staat immers een woonplaats op het verzoekschrift, niet de gemeente) het geschoonde verzoekschrift moet worden gestuurd. Dat het voor de rechtspraak een lastenverlichting zou zijn als bij de rechtbank bekend is welke contactpersoon de gemeente hiervoor heeft aangewezen is onjuist. Dat maakt het eerder nog gecompliceerder, want dan zou ook nog verwacht kunnen worden dat steeds gezocht wordt wie de contactpersoon is (die wellicht ook nog regelmatig wisselt). Het geschoonde verzoekschrift moet nogmaals worden gekopieerd (in het dossier moet zichtbaar zijn welk exemplaar naar de gemeente is gestuurd), in een envelop gedaan worden, gefrankeerd en verstuurd. De van de gemeente ontvangen reacties moeten worden ingeboekt (op papier of in een Excel bestand, want in het rechtbank-systeem kan het niet) en bij het betreffende dossier worden gevoegd. In het kader van de administratie-voorschriften moet ongetwijfeld ergens worden bijgehouden hoeveel berichten naar de gemeenten zijn verstuurd en hoeveel zijn terugontvangen. Indien het geen eigen verzoek is, moet de rechtbank een exemplaar van de reactie van de gemeente aan verzoeker sturen. In het kader van hoor en wederhoor heeft immers ook de verzoeker recht op deze informatie, die hij kennelijk niet van de gemeente krijgt. De rechter moet het advies bestuderen (de stelling dat dit sneller zou gaan als de rechter meer ervaring heeft met de adviezen is nergens op gebaseerd, de snelheid zal meer afhankelijk zijn van de kwaliteit en van de uitvoerigheid van de adviezen). Vervolgens moet het advies ter zitting worden besproken, rechthebbende en verzoeker mogen zich immers over het advies uitlaten. En tot slot moet in de beschikking gemotiveerd worden waarom het advies al dan niet wordt gevolgd.
Kortom het is wederom een verzwaring van de werkzaamheden van (de griffies van) de rechtbanken waar geen vergoeding tegenover zal staan. Dit komt boven op de in 2014 ingevoerde maar niet vergoedde werkzaamheden van de jaarlijkse controles van de onderneming van de professionele bewindvoerders, curatoren en mentoren, de vijfjaarlijkse evaluatie van alle (meer dan 400.000) dossiers en de controle van de mentorschapsverslagen. Om ieder misverstand uit te sluiten merk ik op dat deze werkzaamheden geheel terecht bij de rechtspraak zijn neergelegd. Het is echter niet terecht dat hiervoor geen enkele financiering ter beschikking wordt gesteld.

Vertraging

Volgens de toelichting leidt de verplichting tot het vragen van advies niet tot vertraging. Het is wellicht mogelijk om een en ander zodanig in het systeem op te nemen dat er, als in het verzoekschrift vermeld staat dat er sprake is van schulden, geen vertraging optreedt. Dit is anders als ter zitting blijkt dat sprake is van schulden. Dan moet kennelijk de behandeling worden geschorst en 4 weken worden gewacht op het advies van de gemeente. Vervolgens moet een nieuwe zitting worden gepland. Dit leidt zowel tot vertraging als tot extra belasting van het rechterlijk apparaat. Ik kan mij zo voorstellen dat om die reden de vraag of er sprake is van schulden niet meer ter zitting ter sprake wordt gebracht. Dat kan immers daarna ook nog altijd en dan leidt het in ieder geval niet tot vertraging.

Als gevraagd wordt om met spoed een beschermingsmaatregel uit te spreken, dan kan er reden zijn om dat dezelfde dag nog te doen. Bij voorbeeld om te voorkomen dat iemand trouwt of om te voorkomen dat iemand een huis koopt of juist verkoopt. Een termijn voor de gemeente van 3 dagen is dan te lang, terwijl de gemeente geen meer passende hulp kan bieden, dus ieder advies overbodig zal zijn.

Oplossing

Zoals aan het begin van mijn betoog al is opgemerkt is het probleem van de gemeenten en de reden waarom ze meer invloed willen op de instroom in beschermingsbewind vooral ook gelegen in het feit dat een groot deel van de als bijzondere bijstand geoormerkte gelden (moeten) worden besteed aan beschermingsbewind.

De oplossing voor dit probleem is niet gelegen in het creëren van een adviesrecht. Ook draagt dit adviesrecht op geen enkele wijze bij aan verbetering van de hulp aan mensen met problematische schulden.
Wat zal wel bijdragen aan een oplossing?

Als gemeenten in hun schuldhulpverleningsprogramma’s het beschermingsbewind integraal als hulpmiddel opnemen zal zowel de kwaliteit en de snelheid van de hulp toenemen, als de post bijzondere bijstand ontlast worden.
Zoals in de toelichting bij het wetsontwerp staat werkt beschermingsbewind doorgaans zeer goed om de financiën van de schuldenaar te stabiliseren. Daardoor kan de schuldhulpverlening sneller op gang gebracht worden en zal deze beter verlopen. Gemeente en beschermingsbewindvoerder kunnen in dat kader afspraken maken. De gemeente kan helpen met de taak van de bewindvoerder om te werken naar het vergroten van de financiële zelfredzaamheid, bijvoorbeeld door budgetcursussen te bieden. Gemeente en bewindvoerder kunnen afspraken maken over wat de bewindvoerder, nadat een minnelijk schuldhulptraject of een WSNP is ingegaan nog voor werkzaamheden doet, over de duur van deze werkzaamheden en over de vergoeding die daar tegenover staat. Weliswaar stelt de kantonrechter de beloning vast, maar gemeente en bewindvoerder mogen uiteraard overeenkomen dat de beschermingsbewindvoerder bij een ‘bewind light’ minder beloning ontvangt. Binnen de huidige wet is een ‘bewind light’ mogelijk. Naar onze mening kunnen mensen op deze wijze wel beter geholpen worden en tegen lagere kosten. Er zou een pilot gedaan kunnen worden met ‘bewind light’. Indien deze slaagt zou eventueel in de wet kunnen worden opgenomen dat de beschermingsbewindvoerder indien sprake is van problematische schulden binnen 6 maanden na instelling van het bewind aan de kantonrechter moet overleggen een plan van aanpak voor de schulden, het vergroten van de financiële zelfstandigheid van rechthebbende en (de duur en de inhoud van) het bewind, dat tezamen met de gemeente is opgesteld, dan wel een verklaring van de gemeente dat zij afziet van het opstellen van een dergelijk plan.

Het lijkt duidelijk dat als de kosten voor beschermingsbewind niet dalen het per saldo een vestzak-broekzak kwestie is of de kosten uit de bijzondere bijstand dan wel uit de schuldhulpverlening worden gefinancierd.
Het NIBUD heeft in 2014 gesteld dat de schuldenproblematiek van huishoudens de Nederlandse maatschappij jaarlijks 11 miljard euro kost. Dat zal inmiddels niet minder zijn. Het lijkt mij dat de nationale overheid en de gemeenten samen tot een oplossing moeten komen voor de financiering van de vermindering van de schuldenproblematiek. Dit levert de maatschappij duidelijk geld op.

Conclusie

Op geen enkele wijze is onderbouwd dat het in kennis stellen van de gemeente van een verzoek tot onder bewindstelling leidt tot betere en meer passende hulp aan betrokkenen.
– niet is aannemelijk gemaakt dat de hulp van de gemeente beter is dan beschermingsbewind;
– niet is aannemelijk gemaakt dat de hulp van de gemeente meer passend is dan beschermingsbewind (zie ook het rapport Bartels waar de conclusie is dat minder dan 20% van de mensen in beschermingsbewind in staat moet worden geacht zichzelf financieel te redden[10]);
– niet is aannemelijk gemaakt dat de hulp die door beschermingsbewindvoerders wordt gegeven goedkoper door de gemeente kan worden gegeven;
– niet is aannemelijk gemaakt dat het in kennis stellen van de gemeente van een verzoek tot onderbewindstelling in de praktijk in een significant aantal gevallen zal leiden tot daadwerkelijk uitgevoerde alternatieve hulpverlening door de gemeente;
– het wetsvoorstel legt een grote administratieve last bij de rechtspraak en bij de gemeenten zonder enige onderbouwing van de zinvolheid van deze maatregel;
– invoering van het wetsvoorstel zal niet alleen voor de rechtspraak, maar ook voor de gemeenten en voor de professionele bewindvoerders leiden tot een kostenverhoging, zonder dat aannemelijk is dat tot betere resultaten voor de burger gekomen wordt;
-betere en duurzamere hulp voor mensen met problematische schulden kan wel worden verkregen door samenwerking tussen gemeenten en beschermingsbewindvoerders;
– er moet energie gestopt worden in het ontwikkelen van ‘bewind light’.

Door: Mr. Ellen Penders

Ellen Penders is van 2011 tot en met 2016 vakgroep-voorzitter curatele, bewind en mentorschap (CBM) geweest bij de rechtbank Oost-Brabant. Daarvoor was zij rechter-commissaris insolventie. Vanaf 2016 is zij werkzaam bij team toezicht (waar zowel insolventie- als CBM zaken worden behandeld), eerst bij de rechtbank Oost-Brabant en sinds maart 2017 bij de rechtbank Midden-Nederland. Mr Penders geeft lessen CBM aan rechters, advocaten en bewindvoerders. Zij spreekt op internationale congressen in de Verenigde Staten, Duitsland en Zuid-Korea zowel over CBM als over de WSNP.

[1]             Tilburgers.nl 15 juni 2014

[2]             https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/onderzoek/Rapport%202016-
050%20Burgerperspectief%20op%20Schuldhulpverlening_0.pdf
[3]             Rapport nummer: 2018/010 d.d. 19 januari 2018
[4]             Rapport ‘Evaluatie wet gemeentelijke schuldhulpverlening’, Berenschot van 24 maart 2016
[5]             ECLI:NL:CRVB:2017:2403
[6]             https://www.deventer.nl/nieuwsberichten/deventer-nieuws/2017/12/20/gemeente-test-beschermingsbewind-
bij-rechter
[7]             Dit verklaart ook de afname van het verzoeken om toelating tot de WSNP. Voor een dergelijk verzoek is immers
nodig een verklaring van de gemeente dat geen minnelijke regeling kan worden bereikt. Als er überhaupt geen
toegang is tot de schuldhulpregeling, kan een dergelijke verklaring ook niet worden overgelegd.
[8]             https://www.moneymanagers.nl/bewindvoering/budgetondersteuning-arnhem-niet-succesvol
[9]             https://www.moneymanagers.nl/bewindvoering/budgetondersteuning-arnhem-niet-succesvol
[10]            http://www.effectieveschuldhulp.nl/files/6314/4705/4873/verdiepend-onderzoek-onderbewindgestelden.pdf

2018-12-13T13:08:11+00:00 13 december 2018|